Sinds mijn stage bij Inter Press Service in 2007 ga ik elk jaar terug naar New York. Het is de stad waar ik halverwege 2006 in Bryant Park een plan voor mijn eerste blog schreef. Waar ik begin 2007 Spotlight Effect groot maakte. Waar ik ‘s avonds stiekem met vier meisjes uit verschillende continenten gin-tonics dronk in de lounge van de VN Veiligheidsraad. Waar ik samen met mobielblogger Peter Evers via de brandtrap de überhippe club Gansevoort gatecrashte. Waar ik anderhalf jaar later in een wit The Next Web-pak in de morgenzon door East Houston Street liep, en ‘s avonds vijftig blokken verder herkend werd door iemand die mij ‘s morgens had zien lopen. En de stad waar ik in oktober 2009 met Edial Dekker Surfer Blood ontdekte.

Foto Flickr / tanguero (BLOCK, rinse, repeat)


Waarom daar ik over begin? Door een tweet van Alper Çuğun: ,,New York is ook een beetje een speeltuin voor rijke mensen. De enigen die echt van die stad kunnen genieten.”

Voor een gedeelte heeft hij gelijk. Toen ik even een Nederlandse New Yorker was, vroeg blogger Harrie van Veen namens NLNY.nl me de volgende zin af te maken: ik haat New York omdat…

…zoveel van haar inwoners gefixeerd zijn op geld. Money makes the world go round, uiteraard, maar nergens komt dit duidelijker naar voren dan in New York. In bepaalde delen van de stad is geld een vereiste om plezier te maken, om überhaupt iemand te zijn.

Ga maar eens naar een club in the Meatpacking District, dan snap je wat ik bedoel. De jonge journalist wordt geweigerd, de beursjongen mag doorlopen (vandaar dat gatecrashen).

Van Veen vroeg me ook de zin ‘ik houd van New York omdat’ af te maken.

… ze je uitdaagt. Zodra je hier aan de slag gaat, heb je het te druk en is alles net iets te hoog gegrepen. Degene die dat niet aankunnen, verdwijnen weer. De mensen die wel met de druk om kunnen gaan, stijgen uiteindelijk boven zichzelf uit en hebben een stad gevonden die groot genoeg is voor hun ambities.

Ik vertrok als een normale student naar New York en kwam als overambitieuze blogger terug.

Daar hadden onder andere vier Nederlanders schuld aan. Voor mijn toenmalige blog Spotlight Effect interviewde ik vier Amerika-correspondenten: Ron Linker (NOS), Freek Staps (NRC en BNR), Erik Mouthaan (RTL) en Diederik van Hoogstraten (de Volkskrant en Elsevier). Laatstgenoemde vertrok vlak na 9/11 naar New York om aan de slag te gaan als journalist. Over die periode vertelde Van Hoogstraten het volgende:

Fulltime voor een tijdschrift of krant werken, was nog geen mogelijkheid. Daar was ik te jong en onervaren voor. Wel gaven Elsevier en de Volkskrant aan dat ze mogelijk belangstelling voor mijn stukken hadden. Met die toezeggingen op zak, ben ik het vliegtuig ingestapt. Daar heb ik de eerste zes maanden het klassieke New Yorkse verhaal doorgemaakt. Ik woonde Harlem, als enige blanke tussen de Dominicanen, en at elke avond pasta met saus uit een blikje. En ondanks dat ik veel werkte, verdiende ik nog niet zoveel. Ik ben achteraf wel blij dat ik dit beleefd heb. Het heeft me ook even de andere kant van het New Yorkse leven laten voelen.

That’s the spirit. De geldobsessie van New York heeft het als voordeel dat iedereen keihard moet werken om te overleven. En vanuit die oncomfortabele positie komen de mooiste dingen voort. New York maakt je kapot, maar je komt er met geluk en hard werken beter dan ooit van terug.

Net als bloggen eigenlijk. Het voelt als een aapje op je rug dat elke dag eten wil. Bloggen, bloggen, bloggen: ook als je geen zin hebt. Maar als je het volhoudt, kan je er op een dag per ongeluk van leven. Vraag maar aan de makers van iphoneclub.nl. En mocht dat niet je ambitie zijn, dan levert bloggen indirect ongelooflijk veel op. Vraag maar aan muziekman Niels Aalberts, die elke dag blogt.

New York en bloggen: LCD Soundsystem vat het even samen: (of op Spotify – met nog meer New York hits)